Valentijn in Brussel: MR heeft PS nog nodig

Door Christophe Degreef

Dankzij een sterke as MR-PS is er alsnog een Brusselse regering. Wie dacht dat de PS in België uitgerangeerd was, vergist zich. Ondertussen betalen de Vlaamse Brusselaars het gelag met een minister-president die nagenoeg geen Nederlands spreekt én met zeven van de zeventien Vlaams-Brusselse parlementszetels die achter een politieke schutkring verdwijnen.

 

Na 613 dagen (!) zijn MR, PS en les Engagés en CD&V, Anders, Vooruit en Groen erin geslaagd om een Brusselse regering te vormen. Die langste regeringsvorming ooit was een bewuste strategie van de PS om 1) de as MR-N-VA te doorbreken, 2) financiële en bestuurlijke hervormingen zo lang mogelijk uit te stellen en 3) een herfinanciering van het Brussels gewest af te dwingen.

 

MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez kiest met de huidige Brusselse bestuurscoalitie voor consolidatie van de meest betrouwbare Franstalige krachten: voor Bouchez zijn er eigenlijk geen andere Franstalige partijen buiten de drie klassieke politieke families waar je deals mee kan sluiten. De MR heeft in haar eigen inlevingsvermogen een technocratisch-rechts Brussels kabinet tot stand gebracht waar ook de PS deel van uitmaakt. Op papier beloven de drie Franstalige partijen bestuurlijke hervormingen bij enkele Brusselse administraties, steun aan de (federale) hervorming van de zes politiezones en lippendienst aan een begrotingsevenwicht in 2030. In de praktijk zou dat op drie jaar tijd een huzarenstukje zijn.

 

Voor de Vlaams-Brusselse partijen is dit politieke akkoord slecht nieuws. Om te beginnen betekent het veto van de PS tegen N-VA dat nu zeven Brusselse parlementszetels op het Vlaams-Brusselse quotum van zeventien de facto onbruikbaar zijn geworden. Na de inbreuk van Fouad Ahidar - die met zijn eigen politieke lijst drie Nederlandstalige zetels inneemt - zijn ook het Vlaams Belang (één zetel plus één zetel die nadien naar een onafhankelijke ging) en N-VA (twee zetels na electorale achteruitgang in 2024) nu partijen waarover de Franstalige politieke klasse heeft geoordeeld dat ze Brussel niet mogen besturen. De kans is niet onbestaande dat dit met medeweten (om niet te zeggen ‘goedkeuring’) van de N-VA zelf gebeurt: de N-VA heeft weinig te winnen bij deelname aan een Brusselse regering. De keuze voor de Nederlandsonkundige Boris Dilliès (MR) als minister-president betekent dat kennis van de belangrijkste landstaal ook geen prioriteit is voor de Brusselse Franstaligen.

 

De tijdelijke winnaars van dit akkoord zijn vooral MR en PS. De Franstalige liberalen hebben de PS in de toekomst nog nodig: de socialisten blijven in de grote Franstalige steden (en dus in de Franstalige politieke en economische machtscentra) een factor om rekening mee te houden. Zeker nu het tijdstip dichterbij komt dat de MR verplicht zal zijn om aan de Franstalige burgers en bedrijven uit te leggen dat er door de financiële problemen in Franstalig België flink wat nieuwe (lokale of regionale) belastingen zullen bijkomen. Vroeg of laat zal dit ook voor het federale niveau een probleem worden.