opinie - Het klimaatdebat of de handel in onmacht - Tijd 1 sept.

Quinten-Jacobs(31424698.1) copy.png

Quinten Jacobs

Advocaat grondwettelijk recht

01 september 2026 12:39

Het klopt dat onze ingewikkelde staatsstructuur niet helpt bij het oplossen van de grote problemen van deze tijd. Maar dat is nog geen excuus om alles op een hoopje te gooien.

De essentie

  • De auteur
    Quinten Jacobs is advocaat grondwettelijk recht, praktijkassistent aan de KU Leuven en auteur van ‘Het betonnen beleid’.
  • De kwestie
    Nu het klimaatdebat opnieuw oplaait, krijgen niet alleen onze regeringen, maar ook onze staatsstructuur ervan langs.
  • De conclusie
    Dat is terecht, alleen niet om de reden die overal wordt geschreven. Door het financieringsmodel heeft de federale overheid bespaard op haar veiligheidsdepartementen, die net nodig zijn om klimaatrampen in te dammen.

Het is natuurlijk onweerstaanbaar. Als ons land in de greep is van een pandemie of de Hoge Venen in brand staan, schrijven de opiniestukken en de visuals over de zeven bevoegde ministers die elkaar voor de voeten lopen zichzelf. ‘Eén klimaatramp, zeven klimaatministers’, kopte De Standaard. Het klimaat is een gigantische uitdaging, maar ons hopeloos complexe federale stelsel leidt ertoe dat iedereen bevoegd en niemand verantwoordelijk is. Dat was de algemene teneur over de brand in de Hoge Venen, ook deze week weer in het VRT-programma ‘De afspraak’.

En toegegeven, het klopt dat onze ingewikkelde staatsstructuur niet helpt bij het oplossen van de grote problemen van deze tijd. Maar dat is nog geen excuus om alles op een hoopje te gooien. De ondoortastende politieke reactie op de brand in de Hoge Venen was geen probleem van bevoegdheidsverdeling. Het zijn de gewesten die bevoegd zijn voor natuur- en bosbeheer en het is de federale overheid die bevoegd is voor de nationale veiligheid. Dat is zo in zo goed als alle federale staten en daar is niks onduidelijk aan. Meer in het algemeen is klimaatadaptatie haast integraal een gewestelijke bevoegdheid - het zijn dus Vlaanderen, Wallonië en Brussel die overstromingsgebieden moeten aanleggen, airco’s in woonzorgcentra moeten verplichten en de bodem moeten ontharden.

De bevoegdheden en dus ook de verantwoordelijkheden zijn zo helder als pompwater. Kiezers die vinden dat de regering te weinig klimaatadaptatiemaatregelen neemt, moeten bij de volgende Vlaamse verkiezingen simpelweg op andere partijen stemmen. Dat is de democratie in actie. De staatsstructuur houdt dat niet tegen.

Civiele bescherming

Terug naar de Hoge Venen dan. Zodra bosbranden een groot veiligheidsprobleem worden, kan de federale overheid ingrijpen, bijvoorbeeld door het rampenplan te activeren. Dat gebeurde deze zomer niet en dat kan de kiezer minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin (MR) verwijten. Ook daar komt geen ingewikkelde bevoegdheidsverdeling aan te pas.

Minister Quintin had wel degelijk het rampenplan kunnen afkondigen. Maar de pijnlijke waarheid is dat de federale overheid daarvoor niet langer de operationele en budgettaire capaciteiten heeft.

Wie op het vlak van klimaatadaptie toch naar een institutionele oorzaak zoekt, richt zijn vizier beter op de financieringsregels van ons federaal systeem. In ons financieringsmodel zit de federale overheid budgettair structureel op haar tandvlees.

Onder impuls van stijgende vergrijzingsuitgaven, hoge rentelasten, onaantastbare dotaties aan de deelstaten en lage economische groei is de federale overheid in de verleiding gekomen om de afgelopen decennia het mes te zetten in haar veiligheidsdepartementen: civiele bescherming, politie, brandweer, justitie en defensie. Zowel linkse als rechtse regeringen hebben op die bevoegdheden bespaard. Laat dat nu net de departementen zijn die de komende jaren nationale klimaatrampen zullen moeten indammen. Met een begrotingstekort van ruim 25 miljard euro is het evenwel zo goed als onmogelijk die onderfinanciering op korte termijn recht te trekken.

De reden waarom de federale overheid tijdens de brand in de Hoge Venen niet aan het stuur is gaan zitten, is dus niet het gebrek aan hiërarchie der normen in ons federaal bestel, zoals Bart Eeckhout in De Morgen schreef. Quintin had wel degelijk het rampenplan kunnen afkondigen, zonder instemming van ook maar één Vlaamse of Waalse minister. Maar de pijnlijke waarheid is dat de federale overheid daarvoor niet langer de operationele en budgettaire capaciteiten heeft. Behalve aan politieke redenen ligt de onderfinanciering van de federale veiligheidsdepartementen dus ook aan de bijzondere financieringswet.

Lees meer

Tot slot moet behalve aan klimaatadaptatie vanzelfsprekend ook aan klimaatmitigatie gedaan worden. De klimaatdoelstellingen worden vooral op Europees niveau bepaald, waarbij de deelstaten vervolgens de klimaatinspanningen onderling moeten verdelen en hun doelstellingen moeten halen. Lukt dat niet, dan kunnen kiezers die wakker liggen van het klimaat hun deelstaatregeringen wegstemmen.

Wie pleit voor een herfederalisering van het klimaatbeleid en één nationale klimaatminister die bevoegd is voor alle mitigatiemaatregelen, moet eerlijk zijn en zeggen dat hij voorstander is van een superminister die bevoegd is voor Energie, Wonen, Economie, Fiscaliteit, Milieu, Ruimtelijke Ordening, Buitenlandse Zaken en Binnenlandse Zaken. Dat mag, maar dat is in een democratie alvast ongezien.